Nog meer over Roemenië

Bekende Roemenen

Van 27 mei tot 21 oktober 2006 organiseerde de nationale TVR "Mari Români". Gedurende 5 maanden kon men zijn favoriet uit de "Grootste Roemenen" kiezen. De uitslag ervan werd bekendgemaakt in een reuze show op 21 oktober 2006. In totaal werden er 363.846 stemmen uitgebracht : 265.850 via de web site, 16.336 per telefoon en 81.660 vid SMS.
De top 10 zag er als volgt uit :

1. Stefan cel Mare - 77.493
2. Carol I - 52.474
3. Mihai Eminescu - 50.640
4. Mihai Viteazu - 48.725
5. Richard Wurmbrand - 46.973
6. Ion Antonescu - 27.483
7. Mircea Eliade - 17.019
8. Alexandru Ion Cuza - 16.383
9. Constantin Brancusi - 14.831
10. Nadia Comaneci - 11.825

Meer informatie : http://www.mariromani.ro/

Kunst en Cultuur

Literatuur

Nicolae Iorga (Botoşani, 17 januari 1871 - Strejnic, 27 november 1940)

Nicolae Iorga was een Roemeens politicus en geleerde, prozaschrijver en dichter.
Nicolae Iorga studeerde aan de Universiteit van Iaşi (waar hij met name de werken van Alexandru Dimitrie Xenopol bestudeerde) en studeerde magna cum laude af, nadat hij de vakken waar hij in achterliep binnen één jaar had bijgewerkt. Daarna studeerde hij in Parijs, Berlijn en Leipzig. Hij behaalde zijn doctoraat in 1893. In 1893 werd hij kandidaat-lid van de Roemeense Academie en in 1911 verwierf hij het volledige lidmaatschap. In 1894 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit van Boekarest. Hij was een vruchtbaar auteur en schreef 1250 boeken en 25.000 artikelen. Hij reisde veel door Europa en schreef ook vele boeken in diverse Europese talen. Dit bevestigd min of meer zijn claim dat hij alle moderne Europese talen kon lezen, schrijven en spreken.

Ion CREANGA (1839-1889)

Ion Creangă (1 maart 1837 Humuleşti - 31 december 1889 Iaşi) was een roemeens schrijver. Vooral door zijn autobiografisch werk "Amintiri din copilărie' (Herinneringen aan de kindertijd) wordt Ion Creangă beschoud als een van de klassiekers van de roemeense literatuur.

Zijn werken voornaamste werken zijn :
Verhalen :
Capra cu trei iezi (1875), Dănilă Prepeleac (1876), Fata babei şi fata moşneagului (1877), Făt Frumos, fiul iepei (1877), Povestea lui Harap-Alb (1877), Ivan Turbincă (1878), Povestea lui Ionică cel prost (1877), Povestea lui Stan-Păţitul (1877), Povestea porcului (1876), Povestea poveştilor (1877-1878), Povestea unui om leneş (1878), Punguţa cu doi bani (1875), oacra cu trei nurori (1875), Acul şi barosul (1874), Cinci pâini"' (1883), Inul şi cămeşa (1874), Ion Roată şi Cuza-Vodă (1882), Moş Ion Roată şi Unirea (1880), Păcală (1880), Prostia omenească (1874), Ursul păcălit de vulpe (1880)
Novellen :
Moş Nichifor Coţcariul (1877), Popa Duhul (1879)
Autobiografisch werk :
Amintiri din copilărie (1879)

Mihai EMINESCU (Botoşani, 15 januari 1850 - 15 juni 1889)

Mihai Eminescu was een bekend Roemeens dichter.

Hij beschreef in een romantische stijl het gevoel van Roemenië. Volgens de Roemenen heeft zijn filosofische diepgang, zijn diepe ernst en de liefde voor zijn land hem tot de bekendste dichter van Roemenië gemaakt. Beroemde werken van hem zijn onder andere Luceafărul, Odă în metru antic en 5 Scrisori (5 brieven). Ook was Mihai Eminescu actief in de Junimea, een groep mensen geïnteresseerd in literatuur, en was Mihai een bijdrager aan Timpul, de officiële krant van de Partidul Conservator.

Mihai Eminescu werd geboren in Botoşani. Zijn vader (Gheorghe Eminovici) was afkomstig uit Călineşti, een dorp in Suceava (toen nog Oostenrijks). Mihai trouwde met Raluca Iurăscu, die erfgenaam was van een oude aristrocratische Moldavische familie.

De Roemeense historicus Nicolae Iorga ziet Mihai als de vader van de moderne Roemeense taal. Vaak wordt Eminescu gezien als grootste Roemeense poëet ooit.

De poëet
Zijn onbezorgde vroege jaren werden opgeroepen in zijn recentere poëzie met diepe nostalgie.

Eminescu werd beïnvloed door het werk van Arthur Schopenhauer, en sommigen denken dat zijn beroemdste gedicht, "Luceafărul" op het ouder Duits werk van Katha Upanishad gebaseerd is. De gedichten van Eminescu zijn vertaald in meer dan 60 talen. Zijn leven, werk en poëzie hebben een sterke invloed gehad op de Roemeense cultuur.

Zijn bekendste en belangrijkste gedichten zijn :
Doina, Lacul (Het meer), Luceafărul (Lucifer of De Ochtendster), Floare albastră (Blauwe Bloem), Dorinţa, Sara pe deal (Avond op de heuvel), O rămâi, Epigonii, Scrisori (Brieven), Şi dacă (Nou en), Odă (în metru antic), Mai am un singur dor

De verhalenverteller

Proza :
Făt-Frumos din lacrimi, Geniu pustiu, Sărmanul Dionis (Arme Dionis), Cezar

Eugen IONESCU (1909 Slatina - 1994 Paris)

De uitvinder van het absurde theater is geboren in Slatina aan de oever van de Olt-rivier. Zijn vader behaalde zijn advocaat licentie in Parijs en zijn moeder was van Franse afkomst. Op 4 jarige leeftijd brengt zijn moeder hem naar Parijs waar hij voor het eerst naar school gaat. Na de echtscheiding van zijn ouders in 1924, gaat Ionescu met zijn vader terug naar Roemenië en studeert hij aan de St. Sava hoge school in Boekarest. Hier kende hij ook zijn literair debuut met "Het kind en de bellen". Hij voltrek zijn studies aan de hoge school van Craiova in 1928. In 1929 begint hij letteren te studeren aan de universiteit van Boekarest, waar in 1931 het lyrische Elegii pentru fiinte mici verschijnt en hij in hetzelfde jaar zijn licentie philosofie behaald.
In 1938 verlaat hij opnieuw Roemenië. Door een studiebeurs van de Franse regering behaald hij zijn doctoraatstitel in Parijs. Pas in 1950 vindt hij zijn eigen miteraire identiteit. Hij schrijft "De kale zanger" en vanaf dan volgen de stukken mekaar op, zoals "De lessen en de stoelen" (1951), Moordenaar zonder geld, De Rinoceros, De koning sterft, De dorst en de honger, enz... Hij is uitvinder van het avant-garde theater uit de jaren 50.considered founder of the avant-garde theater from the 1950's.


Ioan SLAVICI (1848 Siria -1925 Panciu)

Ioan Slavici werd op 18 januari 1848, het jaar van de revolutie in Siria geboren. Van 1854 tot 1860 gat hij naar de Grieks-orthodoxe school van zijn dorp, waarna hij naar de hoge school van Arad gaat. De 6de en 7de klas volbrengt hij in de Piatristen hoge school in Timisoara. De 8ste klas dan weer in de private hoge school van Arad. In de herfts van 1968 gaat hij naar de universiteit van Boekarest. In januari 1869 onderbreekt hij de universiteit en keert terug naar Siria om in april aan de universiteit van Wenen verder te studeren. In augustus onderbreekt hij zijn studies weer om secretaris te worden van de notaris van Comlaus. In de herfst gaat hij in Wenen onder het leger, terwijl hij rechten studeert aan de universiteit. Hij wordt bevriend met Eminescu die ook in Wenen studeert. Hij spreekt vloeiend Duits en Hongaars en zijn jongere Moldavische vriend stimuleert hem om Roemeense literatuur te schrijven (Eminescu zou hetzelde doen met Ion Creanga). In 1870 behaald Slavici zijn diploma door een staatsexamen.
In 1874 vestigd hij zich in Boekarest en huwt in 1875 met Ecaterina Szöke Magyarosy terwijl hij regelmatig naar Boedapest en Wenen reist. In 1885 scheid hij van zijn eerste vrouw om in 1886 met Eleonora Tanasescu te huwen in Sibiu. In de zomer wordt zijn eerste zoon Titu Liviu geboren.
Doordat hij de perswet had overtreden, wordt hij voor 3 dagen in de gevangenis geplaatst. In 1888 wordt hij door het assizenhof van Cluj veroordeeld tot 1 jaar cel. Tijdens zijn opsluiting wordt zijn dochter Lavinia Ioana Iosefina geboren. Op 10 juli verlaat hij de gevangenis. Hij trekt terug naar Boekarest waar in 1890 zijn derde kind Ion Marcel wordt geboren. In 1891 volgt het vierde en nog niet het laatste kind Fulvia. In 1892 bekomt hij de Roemeense nationaliteit en in 1894 komt het vijfde kind ter wereld, Elena. In 1897 ziet nummer zes, Lavinia, het levenslicht.
Nadat hij al tal van novellen had geschreven en meerdere projecten had geleid, runt hij in 1914 de krant Ziua, waarin hij opkomt voor neutraliteit van Roemenië in WOI. In 1916 wordt hij gearresteerd en opgesloten in het "Domnesti" fort. Tijdens de Duitse bezetting schrijft hij pro-duitse artikels.
In 1919, toen de oorlog voorbij was en koning Ferdinand en de regering was teruggekeerd, werd Slavici terug gearresteerd en veroordeeld tot 5 jaar celstraf, maar hij werd hetzelfde jaar terug vrijgelaten.
Ziek en moe door zijn opgehitste leven, trekt hij in 1925 terug naar Panciu, in de wijngaard van zijn dochter, waar hij op 17 augustus overlijdt.

Mircea ELIADE (9 maart 1907 Boekarest - 22 april 1986 Chicago)

Mircea Eliade was een Amerikaans godsdiensthistoricus en schrijver van Roemeense afkomst. Naast wetenschappelijk werk publiceerde hij fantasy en een autobiografie.

Levensloop
Van 1925 tot 1928 studeerde Eliade filosofie aan de Universiteit van Boekarest. Daar ontmoette hij Emil Cioran en Eugène Ionesco: dit drietal werd vrienden voor het leven. Eliades loopbaan als godsdiensthistoricus begon met een driejarige studieperiode in India. In 1932 keerde hij terug naar Boekarest, waar hij een jaar later promoveerde op een studie over yoga, die in het Frans zou verschijnen onder de titel Yoga: Essai sur les origines de la mystique Indienne.

Eliade behoorde evenals Cioran en Ionesco tot de Generatie '27 (Generaţia '27). Zij waren actief in het literaire genootschap Criterion, dat onder invloed stond van Nae Ionescu, de mystiek-conservatieve logicus bij wie ook Eliade colleges had gevolgd. Eliade koesterde in zijn jonge jaren evenals andere leerlingen van Ionescu sympathie voor de extreemrechtse IJzeren Garde (Garda de Fier). Niet onomstreden zijn de vraag of hij daadwerkelijk lid is geweest van deze organisatie en in hoeverre deze connectie een invloed van betekenis op zijn wetenschappelijke werk zou hebben gehad. Tijdens de oorlogsjaren werkte Eliade, die vele talen beheerste, als Roemeens diplomaat in Londen en Lissabon. Na de oorlog keerde hij niet terug naar Roemenië: hij vestigde zich aanvankelijk in Frankrijk en in 1956 in de Verenigde Staten. Vanaf 1966 was hij Amerikaan.

Op het gebied van de godsdienstgeschiedenis trok zijn werk over sjamanisme, yoga en kosmologische mythen de meeste aandacht. Zijn denken is sterk beïnvloed door de traditionalistische school. Eliade heeft een bijdrage geleverd aan het populariseren van dit gedachtegoed.

De sectie godsdienstgeschiedenis van de Universiteit van Chicago draagt de naam van Mircea Eliade als erkenning voor zijn brede bijdrage tot het onderzoek naar dit onderwerp.

Tot de leerlingen van Eliade behoort onder andere Ioan Petru Culianu. In 1975 werd hij lid van de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique.

Bibliografie :
De magie van het alledaagse, De transcendentie van het dagelijks leven - vertaald door Hans Andreus, Katwijk aan Zee 1987
Aan het hof van Dionis, verhalen. Samenstelling, vertaling uit het Roemeens en nawoord door Liesbeth Ziedses des Plantes, Amsterdam 1982
The Myth of the Eternal Return, or, Cosmos and History (Parijs 1947), New York 1974
Beelden en symbolen (Parijs 1952), Hilversum 1963
Wereldreligies in kaart gebracht (Dictionnaire des religions), Utrecht 1992, samen met Ioan Petru Culianu
De mythe van de eeuwige terugkeer, archetypen en hun herhaling, Hilversum 1964
Het heilige en het profane, 2e druk - Amsterdam 1977
Riten en symbolen van inwijding (1958), Katwijk aan Zee 1979
Yoga; Scholen, technieken en verschijningsvormen in hindoeïsme, boeddhisme en tantrisme (1975), Amsterdam 1980

Schilderkunst

Lijst van Roemeense kunstschilders

Theodor AMAN (Campulung-Muscel, 1831 - Bucuresti, 1891)

De Roemeense schilder Theodor AMAN is in Campulung-Muscel in 1831 geboren en overleed in 1891 in Boekarest. Nadat hij tekenlessen had gevolgd bij Constantin Lecca in de Central School van Craiova, trok Aman in 1850 naar Parijs. Hij volgde er schilderen bij Michel Martin Drolling en vanaf 1851 bij Francois Edouard Picot. In deze periode starte hij een reeks historische composities, een van zijn favoriete genres, oa.De laatste nacht van Mihai Vitezul -1852, Het gevecht om Oltenita -1857, Het gevecht om Alma -1855, Hereniging van de deelstaten -1859, Het Roemeense gevecht te gen de Turken op het St. George Eiland - 1859, Vlad Tepes en de booschappers - 1861-1864, De Turken verdreven in Calugareni - 1872, Tudor Vladimirescu - 1874-1876.
Door zijn prestiges werd hij directeur van de Nationale School voor Schone Kunsten vanaf de oprichting in 1863.
In zijn rigoreuze schilderijen, brengen de opgeroepen symbolen een zeker frisheid. De nieuwigheden in zijn werken, zijn een antwoord op sociale en politieke bekommernissen in de periode van de Nationale Staatshervorming.
(Zicht op het meer met boot, Straat in Sinaia, Haven van Constanta, Familiebijeenkomst, Wapenschip in Constanta, In het Park, enz.).

Nicolae GRIGORESCU (Pitaru, Dambovita, 1838 - Campina, 1907)

Nadat de Roemeense schilder Nicolae GRIGORESCU zich 3 jaar had afgezonderd bij Anton Chladek, een Czechische schilder die in Boekarest woonde, werkte hij als iconen-schilder voor de Orthodoxe kerken Baicoi (1853) en Caldarusani (1854-1856), en als muurschilder voor de kloosters van Zamfira (1857) en Agapia (1858-1861). In Agapia maakte hij kennis met Mihail Kogalniceanu, zodat hij een studiebeurs kreeg van deMoldavische authoriteiten (1861), wat hem mogelijk maakte in Parijs te gaan studeren. Zijn eerste jaren in Parijs spendeerde hij bij Sebastian Cornu's studio, waar oa. ook Renoir bekendheid kreeg. Hij ging naar het Louvre om kindergezichten van Gericault, Rubens en Rembrandt te reproduceren. Hij was geopsedeerd door het "plein-air" genre, dat voor hem de weg maakte naar de Impressionistische school, hierdoor schilderde hij iedere zomer, tot in 1869, in Barbizon en andere plaatsen in de omgeving van Parijs. Zijn schilderijen werden tentoongesteld in het Parijse Salon in 1869, op de tentoostelling voor Levende Kunstenaars in Boekarest (sinds 1870) en op de tentoonstelling "Les Amis des Beaux-Arts" (sinds 1873). In 1873-1874 zet hij zijn studies verder in Italië, Wenen, Griekenland en Constantinopel.
Als schilder aan het front, vergezelde hij de troepen in de Onafhankelijkheidsoorlog van 1877-1878 en realiseerde hij werken die voor inspiratie zorgden voor latere coposities. Een jaar na de oorlog schilderde hij 12 jaar in Frankrijk, meestal in Bretangne, in Vitre en in zijn studio in Parijs (1879-1890). Bij zijn terugkeer in Roemenië werden er tal van tentoonstellingen georganiseerd in het Romaneens Atheneum in 1891, 1895, 1900, 1901, 1902, 1904. Hij bouwde een huis in Campina, dat later het "Nicolae Grigorescu" Museum zal worden.

Theodor PALLADY (Iasi, 1871 - Bucuresti, 1956)

Van 1887 tot 1889 studeerde Theodor PALLADY aan de Polytechnische school van Dresden. Daar leerde hij van Erwin Oehme de speciale artistieke kunst. Oehme was er vast van overtuigd dat Pallady naar Parijs moest gaan studeren. In Parijs werd hij eerste in praktijk (1889-1891) in de Armand Jean studio en nadien ging hij naar de "Ecole des Beaux-Arts". In 1892 was hij aanwezig op de Gustave Moreau studio, waar ook Matisse, Rouault, Manguin, Camoin, Jean Puy bekendheid verwierven. Na de dood van Moreau in 1897 verhuisde Palady naar de Morot en Fernand Cormont studio, terwijl hij ook erg geaprecieerd werd door Puvis de Chavannes. In 1904 trek hij terug naar Roemenië om er zijn werken te tonen in het Roemeens Atheneum.
Hij was drie maal vertegenwoordigd op de Bienale van Wenen, in 1924, 1940, 1942. Hoewel hij door verschillende invloeden geïnspireerd was - de kunstvaardigheden van de Duitse school, het Symbolisme geleerd bij Moreau, zijn experimenten met de Art Nouveau en deze van zijn collega schilders die het Fauvisme vonden - kon Palady zijn eigen weg nooit ontwikkelen. De werken van Palady liggen zeer kort bij deze van Matisse, beter gezegd de "Ecole de Paris". Zijn eigen woorden "Ik ben geen moderne man, maar een man van alle tijden" belichten zijn creaties. Kleuren en perspectieven helpen hem om eenheid en communicatie te vinden in zijn werken.

Beeldhouwkunst

Constantin BRANCUSI (Hobita-Pestisani, Gorj 1876 - Parijs, Frankrijk 1957)

De Roemeense beeldhouwer Constantin Brancusi was een centrale figuur van de moderne beweging en een pionier van het abstracte.
Zijn beeldhouwwerken zijn niet altijd onmiddellijk oogstrelend en de gebruikte materialen tonen dit ook aan. Het lijken eerder combinaties het landelijke met gesofisticeerde Parijse avant-garde. Nadat hij in Boekarest de school voor Schone Kunsten had gevolgd bij August Rodin, trok Brancusi in 1904 naar Parijs. Daar creëerde hij zijn eerste meesterwerk "De kus"" in 1908. Vanaf dit moment worden zijn werken meer en meer abstract. De werken van Brancusi kenden internationale erkenning in 1913 op de Armory Show in New York, een stad waar hij 4 keer te gast was en waar verschillende tentoonstellingen van hem werden gehouden. Ook in zijn Parijse studio kreeg Brancusi veel aandacht voor zijn beeldhouwwerken. Isamu Noguchi werkte als een studio assistent voor Brancusi in 1927 en Brancusi leerde hem kerven in steen en hout. In de jaren 30 werkte Brancusi aan 2 ambisieuze werken : een niet gerealiseerde tempel in India voor de Maharajah van Indore en de installaties in Tirgu Jiu "De poort van de kus", "De tafel der stilte" en de "Eindeloze kolom". Bij zijn dood liet Brancusi de inhoud van zijn studio aan het Kunstmuseum van de stad Parijs, op voorwaarde dat de de studio volledig in het museum werd geïnstalleerd.

COLOANA FÃRÃ SFÂRSIT (1937)
EINDELOZE KOLOM

Materiaal : ruw ijzer
Afmetingen : 29,33 hoogtE
0,90 breedte en 0,90 m diepte
POARTA SÃRUTULUI (1937-1938)
DE POORT VAN DE KUS

Materiaal : Banpotoc steen
Afmetingen: 5,27 hoogte, 6,58 breedte, 1,84 m diepte
MASA TÃCERII (1937-1938)
DE TAFEL DER STILTE

Materiaal : Banpotoc steen
Afmetingen : 0,76 m hoog, 2,15 m diameter
en 12 stoelen in clepsydra vorm

Ion JALEA (19 mei 1887 Casimcea - Jud. Tulcea - 17 november 1983 Constanta)

De Roemeense beeldhouwer Ion Jalea is geboren in Casimcea (Constanta) 1877. In 1908, nadat hij de Arts and Craftsmanships School beëindigde, ging hij naar de Belles-arts Academy in Boekarest, waar hij studeerde bij de leraars beeldhouwen Franz Storck en Dimitrie Paciurea. Om zijn studies te voltooien trok hij naar de Julian Academie in Parijs.
Hij was winnaar van de Grote Prijs van Parijs in 1937 an de Grote Prijs van Barcelona. Hij ontving de Nationale Prijs voor Beeldhouwen in 1941 en de Staatsprijs in 1957. Ook in 1957 werd hij kunstenaar van het volk en lid van de Roemeense Academie. Van 1956 tot 1968 was hij actief voorzitter van de Artiestenvereniging, waarvan hij nadien ere-voorzitter werd. Hij maakte monumenten, stambeelden, bustes en reliëfs.
Zo creëerde hij stambeelden van hoog geplaatste personen (Spiru Haret en George Enescu in Boekarest, Decebal in Deva en Mircea de Oude in Tulcea), het Monument van de Spoorweghelden, in samenwerking met de beeldhouwer Cornel Medrea; prinselijke en proletarische reliefs; de Eenheids Obelisque, een relief in Focsani of alegorische representaties (Hercules vechtend tegen de Ruiters van "Herastrau" in het park in Boekarest; Pegas, enz.).

Ioan Jalea muzeum in Port Tomis - Constanta
Sculptuur
Stambeeld van Eminescu in de oude haven van Constanta

Archtectuur

Constantin Brâncoveanu

Constantin Brâncoveanu was heerser van Walachije tussen 1688 en 1714. Deze periode geldt als een periode van grote culturele bloei.

Brâncoveanu slaagde er als bestuurder van Walachije in om gewapende conflicten te vermijden door diplomatiek te leveren tussen het Habsburgse- en Ottomaanse rijk. Daardoor verwierf Walachije een grote mate van autonomie en stabiliteit. Hierdoor kon het land tot grote bloei komen. Niet alleen besteedde hij, zoals in de tijd gebruikelijk, aandacht aan de leden van de heersende klasse maar ook de positie van de gewone man had zijn bijzondere belangstelling. De regeerperiode van Brâncoveanu wordt wel de "culturele monarchie" genoemd. Hij verzamelde kunstenaars en intellectuelen om zich heen en stichtte scholen en culturele instellingen. Ook op religieus gebied was de vorst een zeer actief mens. Hij steunde de orthodoxe gemeenschappen in Transsylvanië en stichtte kerken en kloosters. Onder zijn verantwoordelijkheid werd onder andere de Arnotaklooster in Costeşti gerenoveerd (1705-1706). Het beroemde Klooster van Horezu (Capataneigebergte) dat in de middeleeuwen is gesticht, werd door Brâncoveanu, zijn vrouw en een zoon in de tussen 1690-1697 grondig gerenoveerd en uitgebreid. Het Horezuklooster geldt als een schoolvoorbeeld van wat wel eens de "Brâncoveanu stijl" wordt genoemd. Ook een groot aantal andere kloosters en kerken werden onder zijn leiding gebouwd of gerenoveerd. Aan de regeerperiode van Brâncoveanu kwam op gewelddadige wijze een eind toen hij gevangengenomen werd door de Turken en samen met zijn vier zonen Constantin, Stefan, Radu, Matei en zijn naaste raadgever Ianache op 15 augustus 1714 in Istanboel werd onthoofd. De Synode van de Roemeens-orthodoxe Kerk verklaarde hen na hun dood heilig, 16 augustus geldt sinds die tijd als de dag van de martelaren. (klik hier voor de Brâncoveanu-stijl)

Muziek

George ENESCU (1881 - 1955)

De Roemeense componist, violist, pianist, dirigent en leraar, George Enescu is een prominente musicus uit de 20e eeuw. Enescu verhees de Roemeense muziek tot muziek met wereld waarden. Hij werd geboren in Liveni, nabij Dorohoi, Botosani in het noorden van Moldavië, zodat hij reeds uit zijn jeugd geconfronteerd werd met de folklore muziek. Hij begon zijn studies aan het concervatorium van Iasi, bij professor Eduard Caudella. Door zijn uitzonderlijk talent volgde hij nadien studies aan het concervatorium van Wenen en Parijs. Hij was de eerste vreemde student die in Parijs zijn gouden medaille behaalde. Hij was de leraar van Yehudi Menuhin, die hem zo erg waardeerde dat hij het werk van Eminescu in zijn repertoire opnam.

Romanian Rapsody (9 min 28 sec)

Gheorghe Zamfir (Găeşti, 6 april 1941)

Gheorghe Zamfir is een virtuoos Roemeens panfluitist. Hij was aanvankelijk autodidact en zette zijn opleiding voort aan het conservatorium van Boekarest, waar hij een leerling was van Fănică Luca, en aan het conservatorium van Boekarest (1968).
Zamfir kreeg bekendheid bij het grote publiek toen hij ontdekt werd door de Zwitserse etnomusicoloog Marcel Cellier, die in de jaren 1960 een diepgaande studie deed naar de Roemeense volksmuziek.

The Lonely Sheperd
Zamfir heeft de panfluit bekendheid gegeven bij het moderne publiek en in sterke mate ertoe bijgedragen dat dit oude instrument aan de vergetelheid werd ontrukt. Hij heeft veel platen met panfluitmuziek uitgegeven, en zijn lied De Eenzame Herder wordt gespeeld in Quentin Tarantino's film Kill Bill Vol. 1. Het lied was eerder een grote hit als thema van de televisieserie De Verlaten Mijn. Ook leverde Zamfir een bijdrage aan Ennio Morricone's muziek voor Sergio Leone's film Once Upon a Time in America. Naast veel traditionele Roemeense volksliederen heeft Zamfir ook de uit het Andesgebied stammende melodie "De vlucht van de condor" (El condor pasar) wereldwijde bekendheid gegeven.
Zamfir heeft tientallen jaren lang in het westen geleefd, maar is enkele jaren geleden naar Roemenië teruggekeerd.

Maria Tănase (25 septembrer 1913, Boekarest - 22 juni 1963)

Maria Tănase was een van de meest gekende zangeres van de roemeense populaire muziek. Vooral omdat haar ouders van populaire muziek en muziek ijn het algemeen hielden, kwam Maria Tănase reeds zeer jong met muziek in aanraking. In 1921, op 8-jarige leeftijd verscheel ze voor het eerst op het podium van de Căminului Cultural "Cărămidarii de Jos" aan de Calea Piscului.
Het grote debuut kwam er pas na 1934 toen zij in het theater-tijdschrift geleid door Constantin Tănase verscheen.
Maria Tănase vertegenwoordigde menig maal Roemenie in het buitenland (wereldtentoonstelling in Parijs 1938). Na een bezoek aan Turkije, organiseerde zij spectakels voor gewonde soldaten aan het front, omringd door oa. George Enescu, George Vraca en Constantin Tănase.

Lume, Lume
In 1955 kreeg zij de "Staatsprijs en in 1957 de titel van 'Gehonneerd Artiest".
Tijdens een tournee kondigde ze op 19 juni in 1963 in Hunedoara aan : "Fraţilor, eu nu mai po t! Am cancer la plămâni şi o să mor în curând ! De-acuma nu mă veţi mai vedea niciodată!” (Broeders, ik kan niet meer ! Ik heb longkanker en zal snel sterven ! Vanaf nu zullen jullie mij niet meer zien !). De aanhoorders begonnen te wenen. Op 22 juni 1963 is Maria Tănase in het ziekenhuis 'Spitalul Fundeni' overleden.

Ştefan Hruşcă (8 december 1957, Ieud, Maramureş)

Ştefan Hruşcă is afkomstig uit de Maramureş en erg bekend door zijn folkmuziek. Heel erg gewaardeerd zijn zijn colindele, roemeense kerstliederen pe care le interpretează. De artiest debuteerde in 1981 met Cenaclul Flacăra, tot in 1984 volgde er meer dan 1.000 optredens. Begin 1991 vestigde hij zich in het Canadese Toronto.

Zijn voornaamste opnamen :
Rugă pentru părinţi (1984), Urare pentru îndrăgostiţi (1986), Colinde I (1990) , La săvârşitu' lumii (1993), Ziurel de ziurel (1995), Fostele iubiri (1995), Sfântă-i sara de Crăciun (2001), 20 de ani (2001), Crăciunul cu Hruşcă (2001), Iarăşi flori dalbe (2005), Balade speciale (2007)

Linu-i lin

 

Geschiedenis en Politiek

Mircea cel Bătrân (1355 - 31 januari 1418)

Mircea cel Bătrân (Mircea de Oude) , keizer van de Roemeense Landen 'Ţării Româneşti' tussen 23 september 1386 - november 1394 of mei 1395 en januari 1397 - 31 januari 1418. Hij was een van de grootste leiders van de 'Ţării Româneşti'. Hij was de zoon van Radu I en broer van Dan I vanwie hij de troon opvolgde na diens dood op 23 september 1386. In officiele documenten staat " In Christus Gog, welgelovige en geliefde van Christus en enige bezitter, Mircea grote keizer en Heer ... "
In de roemeense geschiedenis verschijnt ook Mircea cel Mare (Mircea de Grote) , keizer van Ţării Româneşti.

Vlad Ţepeş (1430 ? -1476)

Vlad Ţepeş werd naar alle waarschijnlijkheid geboren in Sighisoara, waar zijn geboortehuis nog altijd te bezichtigen is. Hij was vorst van het Roemeense land Walchije en regeerde van 1456 tot 1462 en nog eens in 1476, het jaar waarin hij stierft. Hij leverde keer op keer strijd tegen de Turken, daarbij, aanvankelijk geholpen door de Hongaren, die hem later gedurende tien jaar gevangen zetten. Tepes is een bijnaam en betekend 'Spietser' : de vorst had de gewoonte om hoofden van tegenstanders op palen te spietsen. 'Dracula' is een andere bijnaam en kan worden vertaald met 'Zoon van de Duivel'. Vlad Tepes' vader stond namelijk bekend als Dracul, de duivel.

De Ierse schrijver Bram Stoker (1847- 1912) publiceerde in 1897 zijn wereldberoemd geworden roman 'Dracula'. Het boek handelt over een graaf in Transsylvanië die overdag 'dood' is en in een kist slaapt. 's Nachts leeft hij en voedt zich met bloed dat hij uit de hals van levende mensen (jonge maagden) zuigt, die vervolgens zelf vampier worden. Uiteindelijk vindt de graaf Dracula definitief de dood als hij door het hart wordt gestoken.
De roman 'Dracula' heeft niet veel te maken met de historische figuur Vlad Tepes. Hoogstens dienen verhalen over de uitzonderlijke wreedheid van de vorst als inspiratiebron.
Over Vlad Tepes (Dracula) vindt je ook informatie onder Tihuta, Poienari en Bran.

STEFAN CEL MARE (Stefan de Grote)

Stefan cel Mare voivode, prins van Moldavië (1457-1504). Hij regeerde bijna een halve eeuw en strijdde voor de onafhankelijkheid en de ontwikkeling van het land.
Vele strijden tegen de Turken waren hieraan verbonden. Na iedere overwonnen strijd liet hij een klooster bouwen, 37 in totaal.
Na een deze strijden liet hij oa. het klooster van Putna bouwen. Vanop de heuvel schoot hij een pijl af en op de plaats waar die neerkwam, moest het klooster komen. Hijzelf ligt in het klooster van Putna begraven.
In heel Moldavië vindt je monumenten van Stefan cel Mare op zijn paard. In Iasi staat de prins te paard net voor het Cultureel Paleis. In Podul Inhalt staat ook een zeer groot monument van Stefan cel Mare.

MIHAI VITEAZUL (1557- 1601)

Mihai Viteazul (Michael de Dappere) regeerde over Walchije in de jaren 1593- 1601. Hij streed met succes tegen de Turken en wist in 1600 de drie Roemeense landen Walchije, Moldavië en Transsylvanië te verenigen. Nadat hij in 1601 werd vermoord, vielen de landen weer uit elkaar.
Mihai is de grootste historische held van Roemenië. Die status heeft hij te danken aan het samenvoegen van de drie vorstendommen, wat de Roemenen zien als een eerste poging om een groot-Roemeense staat te vestigen. Het samengaan van Walchije en Moldavië in 1859 en de uitbreiding van Roemenië met Transsylvanië in 1919 beschouwt men als een moderne reprise van wat Mihai Viteazul deed in 1600.
Hoe belangrijk deze vorst is voor het nationaal bewustzijn blijkt wel uit de vele (ruiter)standbeelden die voor hem zijn opgericht. Ook voor de sterk nationalistische Nicolea Ceausescu was Mihai Viteazul een grote held.

Mihail Kogălniceanu (Iaşi, 6 september 1817 - Parijs, 1 juli 1891)

Mihail Kogălniceanu was een Roemeens staatsman, historicus en publicist.
Hij werd vlak na het samenvoegen van de vorstendommen Moldavië en Walachije op 11 oktober 1863 minister-president van het nieuwe Roemenië als opvolger van Nicolae Creţulescu.
Hij stelde met succes een wet op over de secularisatie van eigendommen van kloosters (25 december 1863). Omdat hij agrarische hervormingen wilde doorvoeren, werd hij in 1865 afgezet. Zijn voorganger Creţulescu volgde hem op.
Er zijn enkele dorpen vernoemd naar deze man, en ook een vliegveld, Mihail Kogălniceanu International Airport, nabij de stad Constanţa.

Karel Eitel Frederik Zephyrinus Lodewijk van Hohenzollern-Sigmaringen (Sigmaringen, 20 april 1839 - Sinaia 10 oktober 1914)

Karel Eitel Frederik Zephyrinus Lodewijk van Hohenzollern-Sigmaringen was als Carol I van 1866 toto 1881 vorst en daarna tot 1914 koning van Roemenië. Zijn ouders waren Karel Anton van Hohenzollern-Sigmaringen en Josefine van Baden, dochter van groothertog Karel van Baden.
Hij diende in het leger van Pruisen en nam deel aan de Duits-Deense Oorlog van 1864. Na de val van vorst Alexander Jan Cuza werd hij op 26 maart 1866 door de regering van Roemenië tot vorst verkozen, een land dat in 1862 onder suzereiniteit van het Ottomaanse Rijk was gesticht. Op 10 mei arriveerde hij te Boekarest, alwaar hij hartelijk werd verwelkomd door een grote menigte en hoge politici. Hij ontving de titel domnitor (heerser, vorst) en hem werd voor het parlement de eed afgenomen.
Carol trad op 3 november 1869 in het huwelijk met Elisabeth zu Wied (schrijverspseudoniem Carmen Sylva), een dochter van de Duitse prins Hermann zu Wied en diens echtgenote Marie van Nassau-Weilburg. Op 27 september 1870 kregen ze hun enige kind Maria, die echter vier jaar later stierf.
De eerste jaren in Roemenië vielen de vorst zwaar. Hij moest zich aanpassen aan een nieuwe cultuur, een nieuwe taal leren en gewend raken aan de manier van regeren van de Balkan. Hij regeerde echter op daadkrachtige wijze, reorganiseerde het leger en bevorderde het aanleggen van spoorwegen en de oprichting van bedrijven. Gedurende de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71 ontstond een anti-Duitse gezindheid in zijn land, waardoor zijn bewind bijna omver werd geworpen, hoewel hijzelf ook aftreden overwoog.
Hij leidde in 1877/78 de Roemeens-Russische troepen in de Russisch-Turkse Oorlog, waarna hij op het Congres van Berlijn als volledig soeverein heerser werd erkend. Carol werd op 26 maart 1881 tot koning uitgeroepen. De binnenlandse politiek, die nog steeds werd beheerst door de rijke grootgrondbezitters, werd onder Carols bewind tweemaal opgeschrikt door boerenopstanden, een in het zuidelijke deel Walachije (april 1888) en een in het noordelijke deel Moldavië (maart 1907).
Carol I was een streng en gedisciplineerd persoon met hoge morele standaarden. Zijn hele leven lang probeerde hij zijn nauwgezette manier van leven op de mensen om hem heen over te brengen. Koningin Elisabeth zei wel dat hij zelfs tijdens zijn slaap de kroon droeg. Toen de Eerste Wereldoorlog begon besloot de Roemeense regering zich niet bij Duitsland aan te sluiten. De van oorsprong Duitse Carol verzette zich hier - zeer tegen zijn gevoel - niet tegen.
Aangezien hij kinderloos was, had Carol zijn broer Leopold als troonopvolger aangewezen. In oktober 1880 stond die zijn recht op de troon echter af aan zijn zoon Willem. Willem op zijn beurt gaf het recht op troonopvolging acht jaar later weer door aan zijn jongere broer Ferdinand. Die aanvaardde zijn taak wel en werd na Carols dood op 10 oktober 1914 koning.
Carol ligt begraven bij de zomerresidentie van zijn familie, het in zijn opdracht gebouwde Kasteel Peleş.
De koning heeft in 1906 een ridderorde, de Orde van Carol I, gesticht die enige tijd de hoogste Roemeense onderscheiding in vredestijd was.

Richard Wurmbrand (Boekarest, 24 maart 1909 - Glendale, 17 februari 2001)

Richard Wurmbrand was een Roemeens luthers predikant, schrijver en leraar. Hij heeft vanwege zijn christelijke overtuiging veertien jaar lang in zijn vaderland Roemenië gevangen gezeten en was de oprichter van de christelijke organisatie The Voice of the Martyrs.

Bekering en bediening
Wurmbrand was de jongste van vier zonen in een Joods gezin. Op 26 oktober 1936 trouwde hij met Sabina Oster, met wie hij één kind kreeg, zijn zoon Mihai.
Hij en zijn vrouw bekeerden zich in 1938 tot het christendom door het getuigenis van Christian Wolfkes, een Roemeense, christelijke timmerman. Ze sloten zich aan bij de Anglicaanse "Missie aan de Joden". Wurmbrand is tweemaal aangesteld als predikant: eerst in de Anglicaanse Kerk, later - na de Tweede Wereldoorlog - in de Lutherse Kerk.

Ondergrondse kerk en gevangenschap
Tijdens de Tweede Wereldoorlog viel in 1944 de communistische Sovjet-Unie Roemenië binnen, wat voor Wurmbrand reden was om een missie aan zijn Roemeense landgenoten en de Russische soldaten op te zetten. Toen de overheid probeerde de kerken aan zich te onderwerpen ging hij "ondergronds".
Op 29 februari 1948 werd hij, op weg naar een kerkdienst, gearresteerd, waarna hij de eerste drie jaar in eenzame opsluiting doorbracht. Zijn vrouw, Sabina, werd in 1950 gearresteerd en bracht drie jaar door als dwangarbeider aan het Donau-Zwarte Zeekanaal.
Na 8,5 jaar gevangenschap werd Wurmbrand in 1956 vrijgelaten, waarna hij, ondanks waarschuwingen van de overheid, zijn werk in de ondergrondse kerk voortzette.
In 1959 werd hij opnieuw gearresteerd en veroordeeld tot 25 jaar gevangenschap. Die straf hoefde hij echter niet uit te zitten: onder politieke druk uit het buitenland ontving hij in 1964 amnestie en werd hij vrijgelaten.
Na onderhandelingen van twee Noorse christelijke organisaties - de Missie aan de Joden en de Hebreeuws-christelijke Alliantie - met de communistische autoriteiten mochten Wurmbrand en zijn familie voor $10.000 het land verlaten. De leiders van de ondergrondse kerk overtuigden hem ervan om hier op in te gaan, zodat hij in de rest van de wereld een stem voor de vervolgde kerk zou kunnen zijn.

Stem van de ondergrondse kerk
Wurmbrand reisde af naar Noorwegen, Engeland en daarvandaan naar de Verenigde Staten. In mei 1965 getuigde hij in Washington D.C. voor de Internal Security Subcommittee (Subcommissie Binnenlandse Veiligheid) van de Amerikaanse Senaat. Hij werd, door zijn werk om de christenvervolging in communistische landen bekend te maken bij het grote publiek, bekend als "de stem van de ondergrondse kerk".

Voice of the Martyrs
In april 1967 richtten de Wurmbrands Jesus to the Communist World (Jezus aan de Communistische Wereld), het latere The Voice of the Martyrs (De Stem der Martelaren) op. Deze interkerkelijke organisatie werkte in het begin alleen voor en met vervolgde christenen in communistische landen, de activiteiten werden later echter uitgebreid tot vervolgde christenen in de hele wereld en dan met name in de islamitische gebieden.
In 1990 keerden Richard en Sabina Wurmbrand voor het eerst in 25 jaar terug naar Roemenië voor de opening van een een drukkerij en boekwinkel van The Voice of the Martyrs in Boekarest.
The Voice of the Martyrs is een zusterorganisatie van de Nederlandse Stichting De Ondergrondse Kerk.

Overlijden en nalatenschap
Richard Wurmbrand overleed begin 2001, zes maanden na zijn vrouw, die op 11 augustus 2000 reeds was overleden.
Wurmbrand schreef 18 boeken in het Engels (waarvan enkele vertaald zijn in het Nederlands) en nog anderen in het Roemeens. Zijn bekendste boek is Tortured for Christ (Gemarteld om Christus' wil) uit 1967.

Boeken
100 Prison Meditations, Alone With God: New Sermons from Solitary Confinement, Answer to Half a Million Letters, Christ On The Jewish Roads (Joden onderweg), From Suffering To Triumph!, From The Lips Of Children, If Prison Walls Could Speak (Hoe zou ik zwijgen?), If That Were Christ, Would You Give Him Your Blanket?, In God's Underground, Jesus (Friend to Terrorists), Marx & Satan (Marx & Satan), My Answer To The Moscow Atheists (Antwoord op de bijbel van Moskou), My Correspondence With Jesus, Reaching Toward The Heights, The Oracles of God, The Overcomers (Overwinnaars), The Sweetest Song, The Total Blessing, Tortured for Christ (Gemarteld om Christus' wil), Victorious Faith, With God In Solitary Confinement

MIHAI VON HOHENZOLLERN-SIGMARINGEN (Geb. 1921)

De laatste koning van Roemenië, Mihai van Hohonzollern-Sigmaringen, stamt uit een Duits adelijk geslacht en is verwant aan de laatste keizer van Duitsland, Wilhelm II von Hohenzollern. Prins Karl von Hohenzollern-Sigmaringen, broer van Mihais overgrootvader, werd in 1866 aangezocht om vorst van Roemenië te worden als opvolger van de afgezette Alexandru Ioan Cuza. Karl accepteerde het aanbod en reisde van het familiekasteel in Sigmaringen naar Boekarest. In 1881 werd hij gekroond tot koning Carol I. Mihai verwierf het koningschap in 1927, toen hij nog een kind was. Zijn vader had afstand gedaan van zijn rechten op de troon. Maar die herwon zijn rechten en volgde in 1930 zijn zoonlje op als koning Carol II.
Een tweede wisseling van de macht volgde in 1940 : Carol II deed afstand en Mihai werd opnieuw koning.
Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog speelde Mihai een rol van betekenis : hij liet op 23 augustus 1944 generaal Ion Antonescu, die Roemenië had laten vechten aan de kant van de fascistische staten, arresteren. Het land nam een draai van 180° en verklaarde de oorlog aan de vroegere bondgenoten. Koning Mihai vormde een kabinet van nationale eenheid.
Ruim drie jaar later, op 30 december 1947, dwongen de communisten onder dreiging met een burgeroorlog de koning tot troonsafstand. In januari 1948 vertrok hij naar Zwitserland.
De ex-koning zag zijn land voor de eerste keer terug in december 1990, maar het was van korte duur : hij had geen geldige papieren en werd zonder pardon terug op het vliegtuig naar Zwitserland gezet. Een bezoek in het voorjaar van 1992 verliep wel succesvol. Mihai kon het klooster van Putna en de familiegraven in de kloosterkerk van Curtea de Arges bezoeken. Tevens was hij in Boekarest, waar een grote menigte haar aanhankelijkheid betuigde.
In maart 1997 was hij weer in Roemenië te gast. Temidden van het massaal opgekomen volk bracht hij een bezoek aan de Piata Universitatii, waar in de opstand van december 1989 meerdere studenten sneuvelden. Ter nagedachtenis van hen en wegens het bezoek van Mihai, waren tal van Roemenen naar dit plein afgezakt en wapperden vele Roemeense vlaggen. Daags nadien bezocht hij voor de eerste maal terug het Peleskasteel in Sinaia, zijn vroeger vorstenhuis. Nu heeft hij regelmatig contact met Roemenië en keert hij regelmatig terug voor een bezoek.

NICOLAE CEAUSESCU (1919- 1989)

De man die het van 1965 tot 1989 in Roemenië voor het zeggen had, kwam uit een groot boerengezin in het zuiden van het land. Als jongen trok Ceausescu naar Boekarest, waar hij werkte als hulpje bij een schoenlapper.
In 1933 voegde Ceausescu zich bij de communistische partij, vanaf 1939 maakte hij deel uit van de communistische jeugdbeweging.
Na de Tweede Wereldoorlog verliep zijn politieke carriere voorspoedig : hij bracht het tot lid van het Centraal Comité (1952) en van het Politbureau (1955). Enkele malen was hij vice-minister.
De grote doorbraak voor Nicolae Ceausescu kwam in 1965, bij de dood van partijleider Gheorghe Gheorghiu-Dej. Ceausescu werd eerst secretaris van de partij en zag vervolgens de kans alle hoge functies in zijn persoon te verenigen : zo werd hij opperbevelhebber van de strijdkrachten en president. Zijn familie bedeelde hij rijkelijk met belangrijke banen : echtgenote Elena werd lid van het Politbureau en eerste vice-premier, zoon Nicu werd partijsecretaris in Sibiu.
Ceausescu was aanvankelijk redelijk populair : zijn afkeuring van de inval van de Warchaupactlanden in Tsjechoslowakije in 1968 bezorgde hem krediet bij de Roemenen. Ook in het buitenland won hij sympathie door zijn onafhankelijke koers ten opzichte van de Sovjet-Unie.
In de jaren zeventig en tachtig zou Ceausescu zich profileren tot een botte stalinistische dictator. Ter meerdere eer van zichzelf wist Ceauescu een persoonlijkheidscultus op gang te brengen, afgekeken van de cultus rond de Chinese leiders en vooral die rond Kim Il Sung, de dictator van Noord-Korea. Hij ging zich een almachtige, bijna goddelijke heerser voelen, ver verheven boven de 'idioten', zoals Elena Ceausescu de Roemenen wel aanduidde.
Toen in 1989 in Timisoara de rellen uitbraken die zijn einde zouden inluiden, ging Ceausescu op staatsbezoek naar Iran alsof er niets aan de hand was. Hij moest echter voortijdig terugkeren. Op vrijdag 22 december kwam de val van de Ceausescu's en hun vlucht per helicopter richting Tîrgoviste. Ze werden opgepakt, in een snel proces veroordeeld en onmiddellijk geëxecuteerd. Nicolae en Elena Ceausescu zijn ter aarde besteld op een kerkhof in Boekarest. Op de graven worden regelmatig door onbekenden bloemen neergelegd.

Presidenten van Roemenië na 1989

Jaren

President

Partij

1989 - 1996 Ion Iliescu DFNR/SDPR
1996 - 2000 Emil Ion Constantinescu NBP-CD
2000 - 2004 Ion Iliescu SDPR/SDP
2004 - 2012 Traian Băsescu PD (PD-L)
2012 Crin Antonescu (ad interim) PNL
2012 - Traian Băsescu PD (PD-L)
2014 -    
Iliescu Constantinescu Băsescu Antonescu  

Sport

Nadia Elena Comăneci (Oneşti - 12 november 1961)

Nadia Elena Comăneci is een Roemeense gymnaste, winnaar van vijf gouden medailles op de Olympische Spelen en de eerste die een perfecte score van 10 punten had tijdens een Olympische wedstrijd. Haar ouders zijn Gheorghe en Ştefania-Alexandrina Comăneci. Ze heeft een broer, Adrian, die in 1967 geboren is.
De eerste introductie in het turnen kreeg Comăneci door Marcel Duncan op school. In 1967 ging ze naar een nieuwe turnclub 'The Flame'. Haar trainers daar waren Márta Károlyi en Valeriu Munteanu. In 1969 werd ze geaccepteerd op een nieuwe gymnastiekschool, waar ze getraind werd door Márta Károlyi, geassisteerd door haar man, Béla. In 1970 had ze haar eerste nationale turncompetitie in het Oneşti-team. Het Oneşti-team won, ondanks dat Nadia drie keer van de balk was gevallen. Dit was echter wel een groot keerpunt in haar turncarrière. Ze ging hierna harder trainen, en won in 1971 en 1972 de nationale titel all-round bij de junioren. In 1971 won ze haar eerste all-round internationale competitie in Joegoslavië. In oktober van 1974 deed ze mee aan een turnuitvoering in Frankrijk samen met teamgenoot Teodora Ungureanu, waar zij de show stalen. In mei 1975 won ze het all-round EK in Noorwegen en versloeg daarbij Ludmilla Tourisheva en de 16-jarige Nelli Kim uit Rusland. Ze won goud op balk, brug en sprong en zilver voor haar vloeroefening. In maart 1976 won ze de eerste competitie met Amerika in New York. Ze scoorde hierbij twee tienen (sprong en vloer). De winnaar van de mannen op dit toernooi, Bart Conner, werd later haar echtgenoot. In juli 1976 scoorde ze de eerste tien ooit gezien op brug tijdens de Olympische Spelen.

George Hagi

De Maradona van de Karpaten
Gica Hagi werd op 5 februari 1956 in Sacele (Roemenië) geboren.
Op 11 jarige leeftijd speelde Hagi zijn eerste officiële wedstrijd en 2 jaar later werd hij lid van Farul Constanta 1982-83 waar hij in 18 wedstrijden 17 maal scoorde. In 1983 maakte Hagi als 18 jarige zijn debuut in de Roemeense nationale ploeg en in dat zelfde jaar verhuisde hij naar Sportul Studentesc en in 1986 naar Steaua Bucuresti 1886-1990 (76 goals in 97 wedstijden). Van 1990 tot 1992 trok hij naar Real Madrid (19 goals in 64wedstijden) om vervolgens via Brescia in Barcelona te belanden (7 goals in 36 wedstijden). Uiteindelijk trok Hagi van 1996 tot 2001 naar het Tukrse Galatasaray (78 goals in 167 wedstijden).

Ion TIRIAC

Ion Tiriac werd op 9 mei 1939 in Brasov geboren. Hij werd niet alleen bekend als Roemeense tenniser en tennistrainer, maar ook was Tiriac een befaamd zakenman.
Beroeps en manager functies

Hij is voorzitter van het Roemeens Olimpisch Commitée.
Van 1972 tot 1983 was hij coach, manager en promoter.
Vanaf 1983 : coach en manager van bekende tennis spelers als : Ilie Nastase, Guillermo Villas, Henri Leconte, Boris Becker, Mary Joe Fernandez, Anke Huber and Goran Ivanisevic.
Sportpromoter in U.S.A. en Europa en technisch adviseur van verschillende verenigingen.
Manager van de eerste klasse ATP en WTA tennis tornooien als : Eurocard Open, Ausrian Open, Italian Open, Faber Grand Prix and Open Romania.
Adviseur, coördinator en beleidsmaker van de ATP World Championships georganiseerd in Hannover op de Expo 2000 (Wereld Handelstentoonstelling) voor de periode van 1996 - 2000.
Adviseur van de Duitse Tennis Federatie voor de organisatie van de Davis Cup in Duitsland
Houder van de uitzendrechten (met Rupert Murdock - News International) van de laatste 3 wereldkampioenschappen zwemmen
Belegger en zakenman.
Sportloopbaan
:Van 1964-1972 liv van het Nationale Ijshockey team en vertegenwoordigde Roemenië Op de Olympische Winterspelen in Insbruck in 1964.
150 deelnames als tennisspeler aan de Davis Cup, waarvan 3 finales, samen met Ilie Nastase.
9 maal Roemeens Nationaal Tennis Kampioen.
40 internationale titels in tennis enkel en dubbel spel.
Sports Administration
Erevoorzitter van de Roemeense Tennisfederatie

Ilie NASTASE

De Roemeense tennisspeler Ilie Nastase is geboren op 19 juli 1946 in Bucharest.
In zijn sportive loopbaan behaalde hij volgende tittels :
Nationaal kampioen
1959 - 13-14 jarigen
1961 - 15-16 jarigen
1963, 1964 - 17-18 jarigen
Masters Enkel

1971 - Paris
1972 - Barcelona
1973 - Boston
1975 - Stockholm
Winnaar Enkel
1967 - Cannes, Travemunde
1968 - Gauhati, Madras, New Delhi, Viareggio
1969 - Travemunde, Madras, New Delhi, Barranquilla, Coruna, Budapest, Denver
1970 - Salisbury, Rome
1971 - Omaha, Richmond, Hampton, Nice, Monte Carlo, Baastad, Wembley, Stockholm, Istanbul
1972 - Omaha, Nice, Monte Carlo, Forest Hills, Baltimore, Madrid, Toronto, South Orange, Seattle
1973 - Rome, Roland Garros
Winnaar Dubbel
1970 - Roland Garros (met Ion Tiriac), Wimbledon (met Rosemary Casals)
1972 - Wimbledon (met Rosemary Casals)
1975 - Wimbledon (met Jimmy Connors)
Winnaar ILTF Grand Prix : 1972, 1973
Deelname aan de Davis Cup
1966-1985 - 130 wedstrijden voor Roemenië gespeeld in de Davis Cup. Bracht Roemenië 3 maal in de Davis Cup finale : 1969, 1971 en 1972, maar verloor iedere maal van de U.S.A.
Prijzen
Roemeense sportman van het Jaar in 1969, 1970, 1971, 1973
Eerste Roemeen in de International Tennis Hall of Fame in 1991
In 1976 was hij de eerste Europeaan die 1 miljoen US$ prijzen had gewonnen (won in totoaal 2.076.761 US$).
Nastase' s TOPS
Tussen 1970 en 1977 was hij 8 maal in de top 10 van de wereld en in 1973 nummer 1 van de wereld.
Hij is 1 van de 5 spelers die meer dan 100 titels won (57 enkel en 51 dubbel).

Uitvinders

Aurel Vlaicu (6 of 19 november 1882, Binţinţi in de buurt van Orastie, Hunedoara - 13 sepember 1913, Băneşti, in de buurt van Campina) was een Roemeens ingenieur, uitvinder en pionier van de Roemeense luchtvaart en de wereld. Ter zijner ere heet de gemeente Binţinţi nu Aurel Vlaicu.
Hij voltooide de middelbare school Calvin College in Sibiu in 1902, die in 1919 is de naam "High Aurel Vlaicu". Hij vervolgde zijn studie aan techniek Universiteit van Boedapest en de Ludwig-Maximilians-Universiteit München, in Duitsland, hij behield zijn diploma in 1907.
Daarna werkte hij als ingenieur bij fabrieken van Opel in Rüsselsheim. In 1908 keert hij terug naar waar Binţinţi en bouwde een zweefvliegtuig waarmee hij een aantal vluchten uitvoerde in 1909. In de herfst van 1909 verhuisde hij naar Boekarest en beginnen met de bouw van haar eerste vliegtuig in het arsenaal van het leger. Het vliegtuig, de Aurel Vlaicu I, vliegt zonder dat er enige wijzigingen moesten gebeuren (uniek voor de luchtvaart in de wereld) in juni 1910. În anul 1911 construieşte un al doilea avion, Vlaicu II, cu care în 1912 a câştigat cinci premii memorabile (1 premiu I si 4 premii II) la mitingul aerian de la Aspern , Austria . In 1911 bouwde een tweede vliegtuig, Vlaicu II, die in 1912 won vijf premies won (1 1ste prijs en 4 2de prijzen) in de lucht rally in Aspern in Oostenrijk. Aan de wedstrijd van 23 tot en met 30 juni 1912 werd deelgenomen door 42 renners uit 7 landen, waaronder 17 in Oostenrijk-Hongaren, 7 Duitsers, 12 Fransen en Roland Gaross meest beroemde piloot van de tijd, een Rus, een Belg, een Perzische en de Roemeense AurelVlaicu. In de meest beroemde Weense krant Neue Freie Presse, stond volgend artikel over de vluchten van Vlaicu

„Minunate şi curoajoase zboruri a executat românul Aurel Vlaicu, pe un aeroplan original, construit chiar de zburător, cu două elici, între care şade aviatorul. Prachtig en cmoedige vluchten uitgevoerd Roemeense Aurel Vlaicu, in een origineel vliegtuig, gebouwd met twee propellers waartussen de piloot zit. De wereld beloond in de Roemeen met donderend ovaties ! "

Op 13 september 1913, tijdens een poging om de Karpaten te kruisen met zijn Vlaicu II, is het vliegtuig neergestort in de buurt van Campina, blijkbaar als gevolg van een hartaanval.

Henri Marie Coandă (Boekarest, 7 juni 1886 - Boekarest, 25 november 1972)

Henri Marie Coandă was een Roemeens uitvinder, aerodynamisch ingenieur en de geestelijk vader van de straaljager.
Coandă werd geboren als tweede zoon van generaal Constantin Coandă en Aida Danet, die vijf zonen en twee dochters hadden.
Coandă verwierf de grootste bekendheid door zijn onderzoek naar het verschijnsel dat een vloeistofstroom een convex oppervlak volgt, in plaats van een rechte lijn in de oorspronkelijke richting te blijven volgen. Coandă deed in 1910 als eerste proeven met een vliegtuig aangedreven door een voorloper van de straalmotor (een thermojet). Bij een van de proeven raakt zijn prototype door dit later naar hem genoemde 'Coandă-effect' effect zwaar beschadigd. Verder onderzoek door Henri Coandă zorgde ervoor dat het effect ook nuttig toegepast kon worden. Hiervoor verkreeg Coandă in 1934 een Frans patent.
Het vliegveld van Boekarest, voorheen Otopeni genaamd, heet sinds 2004 Henri Coandă International Airport (Aeroportul Internaţional Henri Coandă).

 

Petrache Poenaru (Beneşti, District Vâlcea, 10 januari 1799 - ?, 1875)

Petrache Poenaru was de uitvinder van de vulpen. Hij publiceerde de eerste Roemeense krant en ontwierp de huidige Roemeense vlag.
Hij was leerling van Gheorghe Lazăr en de Griek C. Vardalah. Tussen 1822 en 1824 studeerde hij literatuur aan de Universiteit van Wenen en daarna aan de "technische school" van Wenen en Parijs. In 1832 keerde hij terug naar Roemenië, waar hij leraar werd van de Sfânta Savaschool. Later werd Poenaru directeur van de Nationale School van Eforie. Tot 1848 bleef Poenaru daar directeur.
Poenaru nam deel aan de Revolutie van 1848 en was dus een aanhanger van Tudor Vladimirescu.
Hij publiceerde o.a. "Elemente de geometrie dupa Legendre" (1837), "Vocabular francezo-românesc" (1840-1841) en "Elemente de algebra după Appeltauer" (1841).
Tijdens zijn studie in Parijs, vond hij de vulling uit en in de maand mei 1827 kreeg hij er patent op van de Franse regering.
"Foaia de propagandă" de krant van Vladimirescu's leger, verscheen onder zijn verantwoordelijkheid. Het was de eerste Roemeense krant.

Prof Dr N. C. Paulescu

Nicolae Constantin Paulescu, geboren op 08 november 1869 in Boekarest en er overleden op 19 juli 1931 was een Roemeense professor in de geneeskunde en fysiologie. Het wordt beschouwd als de echte ontdekker van de insuline.
Hij studeerde geneeskunde in Parijs tussen 1888 en 1900, samen met Lancereaux Etienne (1827-1910), die jaren daarvoor een verband legde tussen de alvleesklier en diabetes. In 1897 ontving hij het Doctoraat in de Geneeskunde met een proefschrift getiteld "Onderzoek naar de structuur van de milt." Hij studeerde op hetzelfde moment de chemie en fysiologie aan de Faculteit van Parijs en ook behaalde een doctoraat in de wetenschap.
Hij keerde terug naar Roemenië in 1900 en werd benoemd tot professor in de fysiologie aan de Medische School van Boekarest, waar hij werkte tot aan zijn dood in 1931. Hij werd lid van de Roemeense Academie.
In 1911 begon hij onderzoek te doen naar diabetes. Hij slaagt erin om een ​​pancreas te maken van een dierlijke pancreas dat de stof bevat die hij de naam pancreine gaf. Deze stof zou de bloedsuikers (glysemie) afbreken en de glycogeen van de lever verhogen. Later zou deze stof als insuline beschreven worden. Hij experimenteerde op diabetische honden, hij heeft geen experimenten gedaan op mensen.
Zijn onderzoek werd onderbroken in 1916 door de Eerste Wereldoorlog en de bezetting van Boekarest. Vijf jaar later, in 1921, zette hij zijn werk verder.
In maart 1921 maakte hij een verslag van zijn onderzoek, met inbegrip van de isolatie van pancréine, bij de Biologische Vereniging van Boekarest.
In Augustus 1921 publiceerde hij zijn resultaten in het Frans in het Internationaal Archief van de fysiologie, de biochemie en biofysica in een artikel getiteld "Onderzoek naar de rol van de alvleesklier in assimilatie voedingsstoffen."
10 april 1922 doet hij een aanvraag voor een patent Roemeense getiteld "pancréine en methode voor de productie", Patent No 6254.
De Canadezen Frederick Banting (1891-1941) en John James Richard Macleod (1899-1978) zijn de eerste die een insuline-injectie aan een menselijke patiënt toedienen op 11 januari 1922. Een jaar later wordt insuline industrieel geproduceerd voor medische doeleinden.
Paulescu heeft nooit internationale erkenning tijdens zijn leven, ondanks zijn baanbrekende werk in de ontdekking van insuline.
Zijn sterk bekritiseerde antisemitische en anti-vrijmetselaars ideeën spelen niet in zijn voordeel voor een erkenning voor zijn verdiensten op het medisch vlak.
De onthulling van zijn borstbeeld, gepland op 27 augustus 2003 voor het ziekenhuis Hotel Dieu in Parijs werd geannuleerd na protesten van joodse organisaties.
Hij was een sleutelfiguur in de anti-semitische activisme in Roemenië. Tussen de 2 Wereld Oorlogen schreef hij pamfletten die nationaal werden gepubliceerd in de jaren 1920 en in 1923 richtte hij de Nationale Liga van de christelijke verdediging op. Na een splitsing, in 1927, was deze partij de aanleiding tot de oprichting van de antisemitische IJzeren Garde, die aan de macht kwam in 1938 en een anti-semitische wetgeving opstelde.

Ana Aslan

Ana Aslan (geboren op 1 januari 1897 in Braila, overleden 20 mei 1988 in Boekarest) is een Roemeense arts gespecialiseerd in Gerontologie. Zij was directrice van het Nationaal Instituut voor Geriatrie en gerontologie in Roemenië (1958-1988) en werd in 1974 werd lid van de Roemeense Academie.

Zij benadrukte het belang van procaïne in het verbeteren van dystrofische problemen gerelateerd aan leeftijd, onder de naam van Gerovital wordt dit in vele klinieken in verschillende landen toegepast. Veel internationale persoonlijkheden werden behandeld met Gerovital : Tito, Charles de Gaulle, Nikita Chroesjtsjov, John F. Kennedy, Indira Gandhi, Imelda Marcos, Marlene Dietrich, Konrad Adenauer, Charlie Chaplin, Kirk Douglas, Salvador Dalí.

Ana Aslan heeft het Geriatrisch produkt Aslavital uitgevonden (in samenwerking met de apotheker Elena Polovrăgeanu) geïntroduceerd in de industriële productie in 1980.

Uitvindingen :

  • 1952 : de vitamine H3 (Gerovital), geriatrische prodult gepatenteerd in meer dan 30 landen
  • 1980 : Aslavital geriatrische produkt samen met de apotheker Elena Polovrăgeanu.

Nobel Prijs Winnaars

George Emil Palade

George Emil Palade (Iași, 19 november 1912 - San Diego Californië, 7 oktober 2008) was een Roemeens-Amerikaanse arts en celbioloog. In 1974 deelde hij de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde samen met de Belgen Albert Claude en Christian de Duve voor het beschrijven van de structuur en functie van organellen in biologische cellen.
Palade ontving in 1940 een M.D. van de Carol Davila University of Medicine and Pharmacy van de Universiteit van Boekarest. Hij was lid van de faculteit, tot hij in 1945 naar de Verenigde Staten vertrok voor een postdoctorale opleiding. Daar werkte hij samen met biochemicus Albert Claude aan de Rockefeller-universiteit.
In 1952 werd Palade een genaturaliseerd inwoner van de Verenigde Staten. Hij was een professor aan het Rockefeller Institute, de Yale-universiteit en aan de Universiteit van Californië.
In 1970 kreeg hij samen met Renato Dulbecco de Louisa Gross Horwitz-prijs voor Biologie of Biochemie van de Columbia-universiteit. Naast de Nobelprijs kreeg hij in 1986 de National Medal of Science.
George Emil Palade overleed op 95-jarige leeftijd.

Ioan Moraru

Ioan Moraru is geboren op 08.09.1927 in Dârlos, departement Sibiu. Nobel Prijs Winnaar voor de Vrede in 1985, samen met Mihail Kuzin uit Rusland en Bernard Lown uit Amerika.

Elie Wiesel

Wiesel werd geboren in Sighet (nu: Sighetu Marmației), als zoon van Sjlomo en Sara, orthodoxe joden van Hongaarse afkomst die een kruidenierszaak hadden. Hij had drie zussen, Bea, Hilda en Tzipora. Sighet werd een gedeelte van Hongarije in 1940, en in 1944 deporteerden de nazi's de Hongaarse joden naar Auschwitz-Birkenau. Zijn moeder en Tzipora, de jongste zus, werden er vermoord; hij en zijn vader werden naar het aangrenzende werkkamp Auschwitz III Monowitz gestuurd. In januari 1945, werden vader en zoon gedwongen te marcheren naar Buchenwald, waar Elies vader overleed.
Na de Tweede Wereldoorlog werd hij in een Frans weeshuis gestopt. In 1948 begon Wiesel een studie aan het Sorbonne. Hij vond een baan bij de Franse krant L'arche als journalist en raakte in contact met de Nobelprijs voor de Literatuur-winnaar François Mauriac, die hem uiteindelijk kon overtuigen zijn Holocaustervaringen op te schrijven. Dat leverde zijn eerste roman, in het Jiddisch, Un di velt hot geshvign (En de wereld zweeg) op, die in 1956 in Buenos Aires verscheen. Twee jaar later zag de sterk ingekorte bewerking La nuit (Nacht) bij Les Éditions de Minuit het licht, waarschijnlijk Wiesels beroemdste werk en het begin van een lange reeks werken in het Frans. In 2007 schreef hij een nieuw voorwoord bij een heruitgave van La nuit.
Later verhuisde Elie Wiesel naar de Verenigde Staten, waar hij zich naturaliseerde tot staatsburger in 1963. Hij was voorzitter van de 'Presidential Commission on the Holocaust' van 1978 tot 1986 en gaf daarmee leiding aan de bouw van het 'United States Holocaust Memorial Museum'. Elie Wiesel was daar professor in de humane wetenschappen aan Boston University.
Tussen 2002 en 2005 deed een commissie ingesteld door president Ion Iliescu onderzoek naar de betrokkenheid van Roemenië bij de Holocaust. Wiesel had het voorzitterschap van de commissie op zich genomen. De commissie-Wiesel kwam in 2005 met een getal van 500.000 slachtoffers in Joodse en Romakring.
In 2006 wees Elie Wiesel een informeel verzoek af van de Israëlische regering om president van de Joodse staat te worden. Hij wilde liever doorgaan met schrijven.
In februari 2007 werd hij naar eigen zeggen bijna ontvoerd in een hotel in San Francisco door een man die hem wilde interviewen over de Holocaust. Toen Wiesel om hulp riep, vluchtte zijn belager, die later op een antisemitische website schreef dat hij Wiesel wilde spreken.
Elie Wiesels oeuvre bestaat uit meer dan 40 fictie- en non-fictieboeken.

Onderscheidingen :
Wiesel ontving de Prix Médicis in 1968, de Prix du Livre Inter in 1980, de Congressional Gold Medal of Achievement in 1985 en Nobelprijs voor de Vrede in 1986. In 1995 kwam het eerste deel van zijn Memoires uit. In 2005 ontving hij de Light of Truth Award.

Nobelprijs voor de Vrede (1986)
American Academy of Arts and Letters (1996)
Presidential Medal of Freedom (1992)
Grootkruis in de Légion d'honneur (2000)
Commandeur in de Orde van het Britse Rijk
Grootofficier in de Orde van de Ster van Roemenië (2002)
Erelid van de Roemeense Academie
National Humanities Medal (2009)

Herta Müller

Herta Müller ( Nițchidorf, 17 augustus 1953) is een Duitstalige schrijfster van Roemeense afkomst. Haar werk wordt tot de wereldliteratuur gerekend. In 2009 kreeg zij de Nobelprijs voor de Literatuur.

Müller stamt uit een etnisch Duitse familie uit het Banaat. In die streek studeerde zij Duitse en Roemeense taal- en letterkunde aan de Universiteit van het Westen (Universitatea de Vest) van Timişoara. Ze onderhield contacten met de dissidente Aktionsgruppe Banat en werd sindsdien door de Securitate gevolgd. Na haar studie werkte ze enkele jaren als vertaalster in een machinefabriek, totdat ze er werd ontslagen na haar weigering om met de Securitate samen te werken. Ze debuteerde in 1982 met de verhalenbundel Niederungen, die in Roemenië alleen gecensureerd kon verschijnen. Op haar tweede bundel, Drückender Tango, volgde een publicatieverbod. In 1987 verliet ze Roemenië, samen met haar toenmalige echtgenoot, de schrijver Richard Wagner, en vestigde zich in West-Duitsland, waar de volledige versie van Niederungen in 1984 al was verschenen, evenals haar eerste roman, Der Mensch ist ein großer Fasan auf der Welt (1986). Daar bouwde ze verder aan een oeuvre dat vooral het dagelijks leven onder de dictatuur behandelt. In 1987 was de verhalenbundel Barfüßiger Februar haar eerste werk dat in een Nederlandse vertaling verscheen.

In 1987 trad ze toe tot de Duitse PEN-club, die ze in 1997 verliet, omdat deze was samengegaan met de DDR-afdeling. Ze kantte zich ook tegen de Landsmannschaft van de Banaat-Zwaben in Duitsland, die zich in haar ogen door de Securitate liet gebruiken, en wees op de continuïteit tussen de Securitate en de huidige Roemeense geheime dienst.

De Nobelprijsspeech die ze op 7 december 2009 in Stockholm uitsprak droeg de titel Elk woord weet iets van de vicieuze cirkel.

Anderen